Schouderklachten

Probleem:

Pijn in de schouders. “Frozen” schouder of te wel een te beperkte beweging in de schouder. Schouder kapselontsteking. Schouder slijmbeursontsteking (bursitis) of peesschede ontsteking (tendinitis). Klachten na schouder ontwrichting zoals instabiliteit. Sleutelbeen letsel.

Schouderklachten hebben bijna altijd te maken met overbelasting van de schouder na sport of na een trauma. De arm functioneerd niet meer als voorheen. Bewegingsbeperkingen worden opgemerkt als klacht en pijn.

De schouder en arm is maar met één botstuk (het sleutelbeen) verbonden met de romp.

Bij paarden ligt het schouderblad uitsluitend in band en spierweefsel zonder tussenkomst van een gewricht. Hetgeen een prachtig voorbeeld van de spandraden en harde delen is. Zie het artikel over symetrie en asymetrie.

Bij onvoldoende ruimte onder het schouderdak, als gevolg van een verkeerde schouderstand, raakt de eronder lopende pees ingeklemd tussen het schouderdak en de schouderkop. Dit geeft als het lang duurt irritatie en zwelling van de pees en/of slijmbeurs, als gevolg waarvan een peesontsteking en/of slijmbeursontsteking kan ontstaan.

OMG benadering:

Rechtzetten van het sleutelbeen, het schouderblad, de arm en de bovenste ribben en wervels.

Huisarts benadering:

Huisartsen en specialisten menen vaak dat injecties met steroiden aangewezen is om de zogenaamde ontsteking (bursitis, tendinitis) tot staan te brengen. Beter is om te zorgen dat de oorzaak, bijvoorbeeld de te weinig ruimte tussen het dak van het schouderblad en de kop van de bovenarm, hersteld wordt.

OMG: De schouder is het makkelijkst te corrigeren via het coracoid.

Het beste is dit te doen alvorens men het acromio-claviculaire gewricht corrigeert.

Het coracoid ligt ideaal als hefboom van het gewricht aan het glenoid vast.

Het coracoid is bijna over het gehele oppervlakte palpabel en absoluut niet pijnlijk bij het plaatsen van de drevel.

Alle afwijkingen in hoofdrichtingen, b.v. naar mediaal, craniaal, caudaal en lateraal kunnen eenvoudig gecorrigeerd worden.

 

Op röntgenfoto’s is meestal niets te vinden wat de klachten verklaard. Verkalkingen zijn toevallig vanwege de kalk zichtbaar op X rays en als men de klachten niet kan verklaren heeft men nu een stok om de hond te slaan.

Of de verkalkingen werkelijk de oorzaak zijn van de klachten of juist het gevolg van het pathologisch proces is meestal niet duidelijk.

Een dynamische ECHO van de schouder is het onderzoek bij voorkeur om peesscheuren, labrumscheuren en kapselscheuren uit te sluiten.

Bursites ( ontsteking van de slijmbeurs) en tendinitis ( ontsteking van de spierpees) worden ook vaak als oorzaak van de klacht geduid. Deze aandoenigen zijn vaak het gevolg en niet de oorzaak.

Anatomie

De schouder bestaat uit drie beenderen:
– het schouderblad (scapula)
– het bovenarmbeen (humerus) en
– het sleutelbeen (clavicula).

Deze botstructuren bewegen ten opzichte van elkaar. De te onderzoeken bewegingen die de schouder maakt zijn:

Elevatie (het omhoog trekken van de schouders)

Depressie (het omlaag halen van de schouders, armlaten hangen)

Retractie (de schouderbladen naar elkaar toe bewegen)

Protractie (de schouderbladen van elkaar af bewegen)

Anteflexie (het voorwaards heffen van de bovenarm)

Retroflexie (het naar achteren bewegen van de bovenarm)

Abductie (het naar buiten bewegen van de bovenarm)

Adductie (het naar binnen bewegen van de bovenarm)

Exoratatie (het naar buiten draaien van de bovenarm)

Endorotatie (het naar binnen draaien van de bovenarm)

Bewegingsanalysis worden door orthomanuele artsen wel gedaan maar zijn meestal niet bepalend voor de diagnose.