Sport & rugklachten

Sporten, fitness.

Een van de eerste vragen bij de behandeling van rugklachten is: “Mag ik sporten” ?  Waarop mijn tegenvraag is: “Wat voor sport bedoeld u” ? Het alles omvattende begrip sporten varieert van; lekker zwemmen tot rugby spelen. “Ik wil atletieken” Maar de atletiek omvat’ hardlopen, discus werpen, polsstok hoogspringen of misschien wel de allerméést belastende vorm: de hink stap sprong.

Rustige sportbeoefening zoals zwemmen, wandelen, trimmen, golfen gaat mééstal goed. Roeien gaat mééstal goed als je maar niet die boot uit het water hoeft te tillen. Paardrijden, dressuur gaat mééstal goed, als je op je paard blijft zitten enz.

Bij skieen gebeuren veel ongelukken op de parkeerplaats, bij fietsen door aanrijdingen. Dit is een ander onderwerp. Wat uiteraard ook van belang is beheers je de sport. Ga je voor het éérst skien of voor de 5de keer.

Uitgebalanceerde spierspanningsregulatie behoort bij uitstek bij sportbeoefening. Jaren training moet zorgen voor coördinatie en timing in de krachtsaanwending. De uitgeoefende kracht moet daarbij steeds verder opgevoerd worden. Bewegingen laten zich “programmeren” door de velle spierspoeltjes en aanverwante receptoren. Het bewegingspatroon ligt als een “blauwdruk” opgeslagen in de hersenen en ruggenmerg. De beweging is mééstal een geprogrammeerde reflex. Begrijpelijk omdat als we bij alle bewegingen moeten nadenken, er te laat, of niet aangepast, gereageerd wordt. De meesten van ons kennen dit fenomeen van traplopen. Eenmaal de traptreden hoogte ingesteld hebbende, zal bij elke afwijkende hoogte het automatisme verstoord worden. Bij skispringen is het verschil tussen een goede sprong en een veel mindere sprong soms gelegen in een verschil van enkele millimeters tijdens de afzet. Een turnster die nadenkt tijdens haar oefening scoort niet hoog en is gevaarlijk bezig. Trainers spreken over het “inslijpen” van de bewegingen. Dit betekent in feite volautomatisch geprogrammeerd door de hersenen. Een piano bespelen met 10 vingers op tempo kan niet zonder reflex-mechaniek. Het programma blijft jaren intact en oproepbaar. Neem als voorbeeld die Duitse verspringer, die jaren na zijn actieve carriëre, op de televisie kijkt naar de Olympische finale verspringen. Hij beleefde een bepaalde sprong zo intens mee dat op het moment van de afzet, hij zittend in zijn stoel, zijn achillespees afscheurt. Het spierspanningprogramma werd kennelijk ongewild aangezet.

Sporten met een scheef bekken of een verkeerd staande heup, met al haar compensatiegevolgen in de wervelkolom, zal een goede training en een optimale wedstrijd in de weg staan.
De krachten die dan op het lichaam aangrijpen zullen snel tot overbelasting en blessures leiden. Perfect inslijpen van de beweging is onmogelijk omdat de motorische blauwdruk niet klopt. Dit laatste omdat de energieopvang, gecompenseerd door spier en bandspanning, vanwege de asymmetrie, niet goed verloopt.
Er is sprake van een onevenredige krachtverdeling.
Zelfs bij relatief symmetrische en cyclische belastingen zoals bij fietsen en schaatsen doet zich dit verschijnsel voor.
Bij “afzet”sporten zoals verspringen e.d., is de kans op nadelige gevolgen nog véél groter.

Nadelige gevolgen kunnen o.a. zijn:
– insertie tendinopathien,
– peesrupturen,
– myopathien,
– periostitis klachten,
– zenuwirritatie,
– hypertone spiergroepen,
– gewrichtkapsel problemen etc.

Verantwoording:
De opvattingen die in dit artikel zijn weergegeven zijn niet gebaseerd op een strikt wetenschappelijke verantwoorde zienswijze. Het is eerder een vorm van fenomenologie, gebaseerd op kritische waarnemingen uit de praktijk, onderdelen uit de wetenschap, analyses vanuit een duidelijk andere invalshoek en door het combineren van allerlei gegevens. Het concept heeft volgens mij wel een hoog waarschijnlijkheidskarakter. Het heeft interessante consequenties voor zowel de sportgeneeskunde als de manuele  geneeskunde.